Beeblio — read your way fluent · Home · Blog · Pricing · Start reading

Dutch words 1–300: the “First words” band

300 Dutch words ranked 1–300 by frequency — the “First words” band. A learner who knows them can read texts pinned to this band with about 95% of the words already familiar.

  1. de
  2. van
  3. het
  4. een
  5. en
  6. in
  7. is
  8. op
  9. ik
  10. dat
  11. voor
  12. je
  13. te
  14. met
  15. niet
  16. zijn
  17. die
  18. als
  19. er
  20. maar
  21. om
  22. aan
  23. hij
  24. ook
  25. ze
  26. door
  27. naar
  28. uit
  29. bij
  30. dan
  31. dit
  32. was
  33. we
  34. wat
  35. heeft
  36. of
  37. over
  38. nog
  39. deze
  40. hebben
  41. kan
  42. meer
  43. zo
  44. al
  45. geen
  46. mijn
  47. wel
  48. tot
  49. u
  50. wordt
  51. heb
  52. worden
  53. nu
  54. haar
  55. ben
  56. kunnen
  57. veel
  58. jaar
  59. me
  60. moet
  61. hoe
  62. mensen
  63. na
  64. ons
  65. waar
  66. werd
  67. goed
  68. gaan
  69. gaat
  70. onze
  71. wil
  72. zich
  73. zou
  74. doen
  75. andere
  76. hier
  77. dus
  78. tegen
  79. maken
  80. alleen
  81. mij
  82. onder
  83. 1
  84. had
  85. hun
  86. twee
  87. nieuwe
  88. weer
  89. zien
  90. zal
  91. jij
  92. moeten
  93. eerste
  94. komt
  95. wij
  96. echt
  97. eens
  98. daar
  99. heel
  100. toch
  101. 2
  102. dag
  103. mee
  104. staat
  105. alle
  106. tijd
  107. zij
  108. zoals
  109. iets
  110. komen
  111. leven
  112. omdat
  113. toen
  114. ga
  115. t
  116. waren
  117. hem
  118. jullie
  119. tijdens
  120. altijd
  121. tussen
  122. ja
  123. weet
  124. wie
  125. laten
  126. waarom
  127. 3
  128. alles
  129. net
  130. via
  131. even
  132. gewoon
  133. grote
  134. man
  135. terug
  136. af
  137. laat
  138. zonder
  139. uur
  140. steeds
  141. zie
  142. bent
  143. eigen
  144. keer
  145. maakt
  146. willen
  147. iedereen
  148. weg
  149. hele
  150. iemand
  151. binnen
  152. uw
  153. werden
  154. werk
  155. nooit
  156. zit
  157. één
  158. drie
  159. the
  160. zelf
  161. 4
  162. aantal
  163. geven
  164. hebt
  165. kinderen
  166. samen
  167. vinden
  168. kunt
  169. plaats
  170. snel
  171. toe
  172. deel
  173. elkaar
  174. huis
  175. laatste
  176. mag
  177. nederland
  178. nodig
  179. vanaf
  180. vind
  181. vrouw
  182. weten
  183. doet
  184. krijgen
  185. m
  186. want
  187. allemaal
  188. beter
  189. erg
  190. staan
  191. zeggen
  192. 5
  193. zegt
  194. denk
  195. gemaakt
  196. land
  197. naam
  198. zeker
  199. zullen
  200. misschien
  201. stad
  202. verschillende
  203. volgens
  204. anders
  205. goede
  206. houden
  207. volgende
  208. blijven
  209. graag
  210. jou
  211. kwam
  212. verder
  213. wanneer
  214. beste
  215. lang
  216. niets
  217. per
  218. vandaag
  219. vragen
  220. werken
  221. dagen
  222. eerst
  223. elke
  224. s
  225. vraag
  226. zelfs
  227. gebruikt
  228. gezien
  229. ging
  230. nee
  231. wereld
  232. a
  233. helemaal
  234. jaren
  235. kom
  236. lijkt
  237. paar
  238. doe
  239. foto
  240. geld
  241. kijk
  242. vooral
  243. leuk
  244. nemen
  245. vaak
  246. achter
  247. gedaan
  248. groot
  249. natuurlijk
  250. sinds
  251. zo'n
  252. bijna
  253. geeft
  254. kijken
  255. mooi
  256. ten
  257. week
  258. 6
  259. dood
  260. hadden
  261. familie
  262. kon
  263. nieuws
  264. rond
  265. website
  266. wilt
  267. zitten
  268. jouw
  269. kleine
  270. online
  271. moment
  272. tweede
  273. vrouwen
  274. 7
  275. ligt
  276. manier
  277. politie
  278. welke
  279. buiten
  280. enkele
  281. geleden
  282. geweest
  283. kun
  284. water
  285. zei
  286. 8
  287. eten
  288. klaar
  289. mannen
  290. nieuw
  291. oude
  292. september
  293. ter
  294. denken
  295. echter
  296. enige
  297. gebruik
  298. helpen
  299. hoop
  300. men

Other bands

Getting by (800) · Everyday (1,500) · Confident (3,000) · Fluent reader (5,000) · Advanced (8,000) · Near-native (12,000)

Read at this level

Graded Dutch readings for the First words band — every text stays inside these words plus a few new ones.

Read this at your level → start Beeblio free